Pensioen, indexering

   
 

Ook in Nederland is bijna altijd sprake van inflatie. Ons geld wordt minder waard. Er is steeds getracht om het verlies aan koopkracht te compenseren. Daartoe werden tot en met 2015 de pensioenen verhoogd via de zogenaamde indexering. In principe werd daarbij de stijging van de cao-lonen in de chemische industrie als uitgangspunt genomen. De rechten van toekomstige gepensioneerden (ook wel slapers genoemd) zijn op dezelfde wijze verhoogd.

De indexering werd betaald uit de zogenaamde bestemmingsreserve. Uit die reserve moesten ook de meerkosten als gevolg van de stijging van de levensverwachting bekostigd worden.
Een ¬†belangrijke voorwaarde voor toekenning van een verhoging was dat er voldoende geld in de bestemmingsreserve zat. De laatste keer dat er kon worden ge√Įndexeerd was in januari 2015. Na deze laatste, bescheiden, verhoging van 0,5% was de reserve geheel verbruikt.

Toch stemt het tot tevredenheid dat we het indexeren zo lang konden volhouden want vanaf 1997, het jaar waarin de opsplitsing van Hoechst begon, tot 2015 hield de indexering van onze pensioenrechten min of meer gelijke tred met de ontwikkeling van de consumentenprijzen. Per saldo stegen onze pensioenen gedurende die periode met 43,7% en de prijzen met 44,4%. Nauwelijks een verschil.

In onderstaande tabellen ziet u de vergelijkende ontwikkeling vanaf 1997 tot 2015.

   
   
 
  Hoechst-pensioenen   Consumentenprijzen
Jaar Percentage = Index   Percentage = index
1997
100,0
    100,0
1998
2,0
102,0
  2,1 102,1
1999
3,5
105,6
  2,0 104,1
2000
3,1
108,9
  1,8 106,0
2001
3,6
112,8
  2,7 108,8
2002
5,0
118,4
  4,2 113,5
2003
2,0
120,7
  3,3 117,2
2004
2,3
123,4
  2,0 119,5
2005
1,8
125,7
  1,4 121,2
2006
1,9
128,1
  1,6 123,2
2007
2,0
130,6
  1,3 124,8
2008
2,0
133,3
  1,8 127,0
2009
2,0
135,9
  2,6 130,3
2010 1,1 137,4   1,4 132,1
2011 1,0 138,8   0,8 133,2
2012 1,0 140,2   2,3 136,2
2013 1,0 141,6   2,1 139,1
2014 1,0 143,0   2,9 143,1
2015 0,5 143,7   0,9 144,4
Totaal stijging
t.o.v. 1997
  43,7     44,4